Er is een fout opgetreden, probeer het later opnieuw.

Op de hoogte blijven via onze nieuwsbrief?

Tsjernobyl: de feiten

Veiligheid is de absolute prioriteit van de nucleaire sector. Kerncentrales, onderzoeksreactoren, laboratoria voor nucleaire geneeskunde en andere nucleaire installaties behoren tot de meest beveiligde en best gecontroleerde industriële installaties. De Belgische kerncentrales behoren tot de meest robuuste en veiligste in hun soort, aldus de Europese Commissie.

De doorgedreven veiligheidscultuur van de sector heeft niet kunnen verhinderen dat er zich in de nucleaire sector twee ernstige ongevallen hebben voorgedaan: Tsjernobyl (Oekraïne) en Fukushima (Japan). Wegens een aantal fundamentele verschillen kan een ongeval zoals in Fukushima in ons land niet gebeuren. Dat blijkt ook uit de resultaten van de stress tests die door de Europese Commissie werden opgelegd aan alle nucleaire installaties in Europa: België ligt niet op een seismisch actieve plaat, Belgische kerncentrales zijn volgens een ander (veiliger) ontwerp gebouwd (onder andere met een dubbele mantel), en er heerst een strikte controle- en veiligheidscultuur in ons land.

Wat liep er precies mis in Tsjernobyl en waarom? Hoeveel mensen kwamen er om door de kernramp? En waarom kan een ongeval zoals in Tsjernobyl bij ons niet gebeuren? Op deze pagina vindt u een antwoord op de meest gestelde vragen.

Hoe kon het ongeval gebeuren?

Het ongeval van Tsjernobyl is een menselijke fout, waarbij bewust controle- en veiligheidsmechanismen werden uitgeschakeld om een test uit te voeren. Daarbij ging het grondig fout.

Op 26 april om 1 uur 22 begon men het testprogramma uit te voeren, en werd de automatische beveiliging uitgeschakeld. 1 minuut later sloten technici de stoomturbine af. De koelpompen van de reactor begonnen stil te vallen, maar het vermogen van de reactor nam toe (in plaats van af). Enkele seconden later werden in de controlezaal schokken gevoeld. Waarnemers buiten de centrale hoorden kort na elkaar twee ontploffingen. Stukken brandend materiaal werden in de lucht geschoten en staken het gebouw met de turbine in brand.

Behalve de menselijke fout, vormde ook het onveilige ontwerp van de reactor een probleem. Het type reactoren zoals gebruikt in Tsjernobyl wordt RBMK genoemd, en verschilt grondig van het type reactoren dat in Europa en de Verenigde Staten wordt gebruikt. RBMK-centrales zijn bijvoorbeeld niet voorzien van een overkoepelend gebouw dat de kernreactor volledig van de omgeving isoleert. Hierdoor kon de radioactiviteit zich snel verspreiden in de omgeving.

Na de explosies was de reactor volledig vernietigd. Het reactordeksel (een zwaar betonnen deksel) was opgelicht van de reactor en lag scheef. De reactorkern, opgebouwd uit grafietblokken waarin zich de brandstofelementen bevinden, stond in brand. Onmiddellijk na het ongeval moest de brand worden geblust. Het ongeval werd als een ongeval van categorie 7 beschouwd op de INES-schaal, de hoogst mogelijke waardering, wat staat voor een zwaar ongeval.

Meer informatie over het ongeval in Tsjernobyl op de website van het Internationaal Atoomagentschap.

Wat was de impact van de ramp op de gezondheid?

Door het ongeval werden grote gebieden in Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland radioactief besmet. Op lange termijn is vooral de radioactieve besmetting met cesium belangrijk. 

De weersomstandigheden tijdens de duur van het ongeval zorgden voor een zeer onregelmatige verspreiding van de radioactiviteit. In totaal werd een oppervlakte van ongeveer 150 000 km² in de drie republieken ernstig besmet met radioactief cesium.

Hoeveel mensen zijn omgekomen of zullen omkomen ten gevolge van het ongeval?

In 2006, 20 jaar na het ongeval in Tsjernobyl, hebben de Verenigde Naties (en meer bepaald de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO, de afdeling van de Verenigde Naties die zich met volksgezondheid bezighoudt) een rapport uitgebracht om het aantal doden te berekenen ten gevolge van de kernramp. De Verenigde Naties komen tot de conclusie dat de kernramp van Tsjernobyl in totaal aan zo’n 4 000 mensen het leven zou kunnen kosten.


Ongeveer 600 personeelsleden en leden van hulpdiensten waren aanwezig tijdens de nacht van het ongeval en de daarop volgende uren. Bij 237 van hen stelde men symptomen van stralingsziekte vast. De diagnose van acute stralingsziekte werd later bij 134 personen bevestigd. 28 onder hen stierven binnen de vier maanden volgend op het ongeval als gevolg van de bestraling. Twee personen overleden door ongevallen tijdens de noodacties zelf.

In totaal waren ongeveer 600 000 personen betrokken bij de opruimingswerkzaamheden in Tsjernobyl en omgeving. Onder hen waren ongeveer 240 000 militairen. Men schat de gemiddelde lichaamsdosis van de opruimingswerkers voor de jaren 1986-1987 op ongeveer 100 millisievert. Dit is vijf maal de toegelaten hoeveelheid straling die een werknemer in de nucleaire sector per jaar mag oplopen. In de daarop volgende jaren daalde de dosis zeer snel. In 1989 bedroeg de dosis 15 millisievert, wat lager is dan de werknemerslimiet. Men schat dat ongeveer 2 200 opruimingswerkers kunnen zijn overleden of zullen overlijden aan de gevolgen van de blootstelling aan de hoge stralingsdosis.

Hoeveel mensen werden geëvacueerd?

In de ernstig besmette gebieden (meer dan 37 kiloBequerel radioactief cesium per m²) leven vijf miljoen mensen. Volgens UNSCEAR was de blootstelling voor de meerderheid van de bewoners van regio’s aangeduid als “verontreinigd” in Wit-Rusland, Rusland en Oekraïne vergelijkbaar of lager dan de blootstelling aan de natuurlijke achtergrondstraling. In enkele weken werden 116 000 mensen en 60 000 dieren uit de meest besmette gebieden geëvacueerd. Na 1986 evacueerde men nog 220 000 mensen uit de verdere omgeving.

Zijn er erfelijke gevolgen van de kernramp?

Er was geen merkbare impact van de blootstelling aan (lage hoeveelheden) radioactieve straling op de voortplanting. Er werden geen erfelijke effecten vastgesteld (niet aantoonbaar hoger dan voor de ramp of elders in de wereld). Er was geen merkbare verhoging in misvormingen, doodgeboortes, abortussen of handicaps dan elders in de wereld of dan voor de ramp in deze regio, zo blijkt nog uit het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie

Bij hoeveel mensen werd kanker vastgesteld?

De bevolking rond Tsjernobyl ademde tijdens het ongeval radioactief jodium in, dat vrijkwam bij de brand in de reactor. Als gevolg van de inwendige blootstelling stelde men schildklierkanker bij kinderen vast. 6 000 gevallen van schildklierkanker, voornamelijk bij mensen die als kind een hoge blootstelling opliepen, werden in de periode 1990-2005 vastgesteld. Tenminste 9 kinderen overleden, maar 99% van deze slachtoffers overleeft, aldus de resultaten uit Wit-Rusland.

Los daarvan zijn er in de wijde regio rond de centrale van Tsjernobyl, gemeten over 20 jaar tijd, niet méér gevallen van leukemie en kanker vastgesteld dan elders of voorheen.

Psychologische effecten en impact

Behalve de fysische impact valt vooral de psychologische impact (zoals depressie en post-traumatische stress) op die deze ramp en de gedwongen verhuizing met zich meebracht. Niet alleen bij de mensen uit de getroffen regio, maar ook bij de bewoners uit niet-besmette regio’s, die zich plots zorgen begonnen te maken door de komst van deze ‘besmette vreemdelingen’.

Millisievert

De sievert is de eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling waaraan een mens in een bepaalde periode is blootgesteld. De sievert is afhankelijk van de biologische effecten van straling. Het Belgische Federale Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) schat de gemiddelde natuurlijke achtergrondstraling voor België in op 2,5 millisievert/jaar. 

Enkele voorbeelden van dosissen geven een idee van de grootorde:

  • Een longradiografie: 0,3 mSv.
  • Een retourvlucht Brussel-New York: 0,10 mSv, en 2 tot 4 mSv per jaar voor luchtvaartpersoneel.
  • Een kleurentelevisie: 0,01 mSv per jaar.
  • In de omgeving van een kerncentrale wonen: 0,002 mSv per jaar.

Wat was de impact van de kernramp op milieu en omgeving?

De impact van de kernramp in Tsjernobyl is uitgebreid en goed gedocumenteerd. Een gebied van 4 300 km² rond de centrale is verboden gebied (en momenteel niet geschikt voor permanente bewoning of langdurig verblijf). Dat komt neer op een gebied van min of meer 30 kilometer rond van de centrale. Een nog groter gebied van 7 000 km² is beperkt toegankelijk, maar nog steeds zwaar vervuild (voornamelijk door cesium). De zone daarrond is besmet, maar bewoning is er ondertussen mogelijk omdat de bestraling er is gedaald tot een waarde lager dan 1 millisievert per jaar.

Ter vergelijking: in België bedraagt de gemiddelde (permanente natuurlijke) achtergrondstraling 2,5 millisievert per jaar. Tijdens een transatlantische vlucht heen en terug lopen de reizigers een stralingsdosis van 0,1 millisievert op.

Grote hoeveelheden radioactieve deeltjes verspreidden zich over een zeer groot gebied in Europa in de dagen en weken na de ramp. De hoeveelheid en concentratie van radioactieve deeltjes varieert, en hangt af van de specifieke weersomstandigheden (wind en regen). Het overgrote deel van de strontium- en plutoniumdeeltjes viel neer binnen een straal van 100 km van de centrale. Radioactief jodium vormde een groot probleem direct na de ramp, maar door de korte halfwaardetijd was dit probleem na enkele maanden van de baan. Strontium en cesium, dat langere halfwaardetijden heeft, blijven aanwezig in de onmiddellijke regio rond de centrale en zal nog verschillende decennia permanente bewoning onmogelijk maken.

Halfwaardetijd

De radioactiviteit van een stof vermindert met de tijd. Dit kan gaan van enkele seconden tot miljoenen jaren: dat hangt af van de atomen van de kerndeeltjes. Om uit te drukken hoelang een stof radioactief blijft, wordt het begrip 'halfwaardetijd' gebruikt.

Planten en dieren

In het planten- en dierenrijk deden zich misvormingen voor tijdens de eerste generatie die werd geboren (of geplant) na de kernramp, maar er werden geen erfelijkheidseffecten vastgesteld. Op dit ogenblik is de biodiversiteit in de regio bijzonder groot, en floreert het leven er als nooit voorheen (door de afwezigheid van de mens, de grootste vijand van de natuur).

De verontreiniging van grondwater en ondergrondse water-ecosystemen blijft op dit ogenblik een aandachtspunt, dat verder gemonitord en opgevolgd wordt. 

Waarom is de kans op zo’n ongeval bij ons bijzonder klein?

De kans dat een ramp zoals die in Tsjernobyl bij ons voorkomt, is zeer onwaarschijnlijk. Het type reactoren dat in de Belgische centrales wordt gebruikt (PWR-reactoren, Pressurized water reactors) verschillend van de reactoren in Tsjernobyl (RBMK-reactoren, oftewel boiling water reactors), en bovendien erg veilig.

​De PWR-reactoren, die in België gebruikt worden, bieden een aantal intrinsieke veiligheden

  • Ten eerste is de moderator water. Dit is onontvlambaar.
  • In een kerncentrale van het type drukwaterreactor (PWR) wordt de elektriciteit geproduceerd dankzij drie totaal gescheiden watercircuits. Daardoor komt het radioactieve water (uit het primaire circuit) nooit in contact met de buitenwereld, of met water uit het secundaire of tertiaire circuit.
  • Indien de reactor oververhit raakt, dan zal het water uit de primaire kring uitzetten. Door de lagere dichtheid versnellen meer neutronen en het splijtingsproces wordt afgeremd waardoor de kettingreactie niet uit de hand loopt en de warmteproductie weer afneemt.
  • Er is het dopplereffect. Dit vindt plaats als de reactor een te hoog vermogen zou leveren. Dan gaan de kernen in de splijtstofelementen meer trillen waardoor de kans groter wordt dat de neutronen worden opgenomen door het niet-splijtbare U-238 in plaats van U-235 wat wel splijtbaar is. Ook dit remt het splijtingsproces en vermindert daarmee het vermogen. Hierdoor escaleert de reactie niet verder.


De Belgische kerncentrales worden omhuld door niet één, maar twee beschermingsmantels. Daardoor zijn ze extra beveiligd tegen onvoorziene omstandigheden, zoals een ontploffing, een ongeval of de inslag van een vliegtuig.

Veiligheidsbarrières van de Belgische PWR-reactoren

Alle belangrijke componenten van het primaire circuit zitten vervat in het reactorgebouw. Dit cilindrische gebouw met een hoogte van 60 m bestaat uit een dubbele afschermingsmantel. De eerste mantel, de zogenaamde binnenmantel, bestaat uit spanbeton en is ontworpen om bestand te zijn tegen de eventuele gebeurtenissen die zich binnen het reactorgebouw kunnen voordoen. De buitenmantel is vervaardigd uit gewapend beton en heeft tot doel de afschermende binnenmantel te beschermen tegen eventuele externe aantasting. Bovendien wordt de ruimte tussen de twee mantels in overdruk gebracht zodat eventuele lekken van radioactieve producten buiten het gebouw uitgesloten zijn.

Europese stresstests na Fukushima

Na de ramp in Fukushima in 2011 werden stresstests uitgevoerd, om de veiligheid van de centrales in heel Europa na te gaan. De Europese stresstests hebben aangetoond dat de Belgische installaties tot de meest bestendige van Europa behoren en voldoende robuust zijn om extreme situaties het hoofd te bieden.

Belgische expertise

Ons land heeft sinds meer dan 50 jaar een unieke expertise opgebouwd in de exploitatie van drukwaterreactoren (PWR). België heeft een sterke internationale reputatie en exporteert vandaag zijn knowhow in heel de wereld. 

De kernenergiesector is de meest gecontroleerde sector ter wereld. In de Belgische kerncentrales worden meerdere veiligheidsniveaus en strikte procedures gehanteerd. Voeg daar nog ervaren medewerkers met een grote deskundigheid en een wereldwijde reputatie aan toe om het plaatje compleet te maken.

Wat zijn de lessen uit Tsjernobyl?

Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Fukushima, besloot de Europese Commissie om alle kerncentrales in Europa te onderwerpen aan een stresstest waarbij de veiligheidsmarges waarover zij beschikken opnieuw geanalyseerd worden.

Stresstesten zijn geen fysische testen in de letterlijke zin van het woord. Het zijn testen die de veiligheidsmarges van de kerncentrales evalueren in het licht van de gebeurtenissen in Fukushima: hoe reageren de kerncentrales op extreme gebeurtenissen die de veiligheidssystemen van de centrales op de proef stellen en zouden kunnen leiden tot een ernstig ongeval?

De conclusie van de stress test is dat de Belgische centrales (en andere nucleaire installaties, zoals onderzoeksreactoren) robuust zijn en bestand tegen extreme situaties:

  • De Belgische installaties kunnen het behoud van essentiële veiligheidsfuncties garanderen.
  • Mogelijke verbeterpistes kunnen ons helpen verder te werken aan continue verbetering, zoals een nog betere bescherming tegen overstromingen en natuurrampen en een nog performantere beveiliging tegen onverwachte scenario’s (zoals natuurrampen of bewust kwaad opzet).


Wat is de situatie vandaag de dag in Tsjernobyl?

Sinds de ramp in 1986, is het stralingsniveau vele honderden keren afgenomen. Daarom zijn de meeste van de besmette gebieden op dit moment weer veilig voor bewoning en economische activiteit. Echter, de zone in de onmiddellijke omgeving van de centrale (de Exclusion Zone, in een straal van 30 kilometer van de centrale) zal intensief moeten gesaneerd worden en is momenteel nog niet permanent bewoonbaar. Korte bezoeken aan de zone kunnen ondertussen wel, zelfs zonder beschermende kledij.

In augustus 2010 startte de bouw van een sarcofaag over de reactor. Deze koepel van 108 m hoog en 162 meter lang werd ondertussen geïnstalleerd. Zo kan men de decontaminatie aan de binnenkant van het reactorgebouw verderzetten. 

Deze sarcofaag is gebouwd om te kunnen weerstaan aan exterme temperatuurschommelingen tussen -40°C en +40 °C, aan extreme weersomstandigheden en radioactiviteit. De structuur bestaat uit twee lagen waarvan de tussenlaag in lichte overdruk staat, en de binnenkant van de sarcofaag staat in onderdruk. Dit systeem voorkomt dat de radioactiviteit naar buiten ontsnapt en laat de toekomstige ontmanteling van de reactor toe.

Een up-to date stand van zaken over Tsjernobyl kan u hier lezen.

Wat brengt de toekomst en wat zijn de opties en oplossingen?

Momenteel worden immense inspanningen geleverd om het radioactieve materiaal op te ruimen dat uit de site is weggesijpeld. De maatregelen die moeten worden genomen zijn een combinatie van het afbreken van de gebouwen en het saneren van de grond. 

Concreet gaat het om de volgende maatregelen: 

  • Alle zones met een bestralingsniveau hoger dan 1 millisievert per jaar worden opgeruimd.
  • No-entry zones en evacuatiezones vallen onder de verantwoordelijkheid van de overheid.
  • Alle andere regio’s zullen worden opgeruimd door lokale overheden.
  • Tegen 2018 zal 60% van de zones met een bestraling tussen 5 en 20 millisievert worden opgeruimd.

Meer informatie over de laatste stand van zaken leest u op de website van het Internationaal Atoomagentschap.

Bronnen

Verenigde Naties, Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Internationaal Atoomagentschap (IAEA), Europese Commissie, Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), World Nuclear Association, UNSCEAR

Dit kan u ook interesseren…

Nucleair Forum: wie zijn wij?

Het Nucleair Forum verenigt het merendeel van de ondernemingen en instellingen die actief zijn in de toepassingen van kerntechnologie. Het Nucleair Forum wil de referentie bij uitstek zijn over kerntechnologie, zowel voor de pers, voor de beleidsverantwoordelijken als voor het grote publiek. Ontdek meer