Er is een fout opgetreden, probeer het later opnieuw.

Op de hoogte blijven via onze nieuwsbrief?

Fukushima: de feiten
Fukushima: de feiten

Fukushima: de feiten

Op 11 maart 2011 volgde na een zware aardbeving een tsunami die een deel van de noordoostelijke kust van Japan vernielde. De tsunami veroorzaakte ook ernstige schade aan de kerncentrale van Fukushima en heeft geleid tot het kernongeval waarbij grote hoeveelheden radioactieve stoffen zijn vrijgekomen.

Een dergelijk ongeval is vrijwel onmogelijk in België. België ligt niet in een seismisch actief gebied en tsunami’s komen er niet voor. Op het technische vlak, hebben de Belgische kernreactoren verschillende voordelen in vergelijking met de reactoren van Fukushima. De Belgische drukwaterreactoren (PWR-reactoren) hebben drie totaal onafhankelijke circuits, tegenover twee circuits bij de kokendwaterreactoren van Fukushima (BWR-reactoren). Bovendien zijn de Belgische kernreactoren geïsoleerd aan de buitenkant met een dubbel insluitingsvat. De gebouwen van de Belgische reactoren zijn ook uitgerust met passieve waterstofrecombinatoren, die het risico op explosies door waterstof teniet doen. Dat was niet het geval in Fukushima. 

Onmiddellijk na het ongeval werd een groot plan van kracht, zowel van de overheid om de vervuiling buiten de site aan te pakken, als van de uitbater Tepco om de verschillende gevolgen van het ongeval aan te pakken.

De nucleaire industrie is één van de meest gecontroleerde sectoren ter wereld

Na de eerste lessen die getrokken werden uit het ongeval van Fukushima, besloot de Europese Commissie om alle Europese kerncentrales aan een stresstest te onderwerpen. De resultaten van deze Europese stresstesten hebben aangetoond dat de Belgische installaties tot de meest bestendige van Europa behoren en dat ze robuust genoeg zijn om extreme situaties te doorstaan. In de Belgische kerncentrales bestaan er meerdere veiligheidsniveaus en zijn er zeer strikte procedures. De centrales zijn bovendien voorzien van een dubbel insluitingsvat. De kernindustrie is één van de meest gecontroleerde sectoren ter wereld.

Geslaagde stresstests voor de Belgische centrales

De Europese nucleaire industrie heeft lessen getrokken uit de ramp. Twee weken na het ongeval van Fukushima besloot de Europese Commissie om de 143 Europese kerncentrales te onderwerpen aan stresstesten. Deze testen legden een diepgaande analyse op van de veiligheidssystemen van elke centrale in het licht van natuurrampen van grote omvang. Op vraag van het Belgische parlement werd het toepassingsgebied van deze stresstesten uitgebreid naar andere mogelijke dreigingen, gelinkt aan menselijke activiteiten en kwaadwillig opzet. Na analyse en peer review heeft ENSREG (European Nuclear Safety Regulators Group) zijn conclusies voorgelegd. In deze conclusies wordt bevestigd dat de Belgische kerncentrales tot de meest robuuste behoren en dat ze hun essentiële veiligheidsfuncties behouden in alle onderzochte scenario’s

Er werd ook een aanvullend actieplan opgesteld om verbeteringen aan te brengen op de verschillende vlakken. Dit plan werd vanaf 2011 vertaald in zeer concrete acties en is verdergezet tot op vandaag met belangrijkere realisaties. De muur die werd gebouwd rond de site van Tihange ter bescherming tegen een overstroming, die één keer om de 10.000 jaar kan voorkomen, is daar een voorbeeld van.

Fundamentele verschillen met de Belgische reactoren

De opeenvolging van plotse natuurrampen van grote omvang zoals in Fukushima is ondenkbaar in België. Toch werden bij de Europese stresstesten de veiligheidsmarges van de centrales gemeten in het licht van natuurfenomenen van grote omvang (aardbevingen, overstromingen, extreme weersomstandigheden). Wat België betreft, werd de robuustheid van de kerncentrales bevestigd. 
 
Daarnaast is het ook belangrijk om te benadrukken dat het om verschillende types kernreactoren gaat. In België gaat het om drukwaterreactoren (PWR-reactoren), terwijl het in Fukushima gaat om kokendwaterreactoren (BWR-reactoren). In technisch opzicht hebben de Belgische reactoren onweerlegbare voordelen ten opzichte van de reactoren van Fukushima: 

  • De Belgische PWR-reactoren (drukwaterreactor) omvatten drie totaal onafhankelijke circuits, tegenover twee bij de BWR-reactoren (kokendwaterreactor) van Fukushima.
  • Vanaf de ontwerpfase hebben de 7 Belgische reactoren twee insluitingsvaten gekregen, met tussen de twee een ringvormige ruimte met verlaagde druk.
  • De gebouwen van de Belgische reactoren zijn bovendien uitgerust met passieve waterstofrecombinatoren. De reactoren van Fukushima hadden geen dergelijke recombinatoren.

De twee afbeeldingen hieronder tonen een doorsnede van de BWR-reactor van Fukushima en het reactorgebouw.

De BWR-kernreactor in Fukushima.
Het reactorgebouw in Fukushima.

Het ongeval van Fukushima

De centrale van Fukushima-Daiichi bestaat uit zes reactoren aan de oostkust van Japan, in een seismisch actief gebied. Op vrijdag 11 maart 2011 deed er zich een aardbeving voor met een kracht van 9 op de schaal van Richter. Het was trouwens één van de krachtigste aardbevingen die het land ooit trof. De aardbeving zette de automatische noodstop in werking, waardoor alle kerncentrales in de regio stilvielen. Na een stop duurt het nog enkele dagen voor een centrale volledig tot stilstand komt. Ondertussen werd de reactor (die nog restwarmte produceert) afgekoeld, volgens de procedures, door het circuit van de noodkoeling.

De tsunami zette een groot deel van de site onder water, daardoor viel de stroomvoorziening uit en gingen de reserves zoet water verloren. Langzaamaan, door het wegvallen van de stroomvoorziening en de koelingsbronnen, daalde het waterpeil in de kuip van de reactoren 1, 2 en 3. Dat heeft geleid tot de versmelting van de kernsplijtstoffen. Daarbij zijn grote hoeveelheden radioactieve splijtingsproducten vrijgekomen in de vorm van aërosolen en waterstof in het insluitingsvat. Om de druk binnenin het insluitingsvat te verminderen, hebben de operatoren van de centrale de aërosolen en het waterstof vrijgelaten in de atmosfeer.

Evacuatiezones rond de kerncentrale van Fukushima.

De snelle evacuatie

Vanaf 11 maart heeft de Japanse overheid de evacuatie bevolen van de bevolking in een straal tot 20 km rond de centrale. 

Het rapport van de Verenigde Naties (UNSCEAR, 2014) stelt dat er geen enkel noemenswaardig effect was op de gezondheid van de mensen die in contact zijn gekomen met de radioactieve stralen en dat er ook geen effect zal zijn op lange termijn. Dit valt als volgt te verklaren (volgens het rapport van de Verenigde Naties):

  • Dankzij een snelle evacuatie van de 160.000 mensen en door het feit dat de explosie van de reactoren slechts plaatsvond na vier dagen, zijn er weinig mensen die blootgesteld werden aan een hoge dosis straling.
  • De gemiddelde dosis straling waaraan het grootste deel van de bevolking werd blootgesteld in de regio van Fukushima tijdens het eerste jaar, door blootstelling aan stralen of door de inname van besmet voedsel, was minder dan 10 millisievert. De Japanse overheid gaat verder met de systematische opvolging van de bevolking die werd blootgesteld aan de stralen. 
  • De gezondheidstoestand van de aanwezige werknemers op de site na de ramp werd specifiek opgevolgd.

Voor regelmatige updates kan u terecht op de website van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA).

MilliSievert

De sievert is de eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling waaraan een mens in een bepaalde periode is blootgesteld. De sievert is afhankelijk van de biologische effecten van straling. Het Belgische Federale Agentschap voor Nucleaire Controle schat de gemiddelde natuurlijke achtergrondstraling voor België in op 2,5 millisievert/jaar. 

Enkele voorbeelden van dosissen geven een idee van de grootorde:

  • Een standaard longradiografie: 0,02 mSv.
  • Een retourvlucht Brussel-New York: 0,1 mSv, en 2 tot 4 mSv per jaar voor luchtvaartpersoneel.
  • In de omgeving van een kerncentrale wonen: 0,002 mSv per jaar.

Fukushima: de stand van zaken in maart 2018

Binnenin de kerncentrale van Fukushima

Elke twee maanden stuurt de Japanse regering een rapport naar het Internationale Atoomenergieagentschap (IAEA) met een overzicht van de uitgevoerde acties en de behaalde vooruitgang zowel binnen als buiten de centrale van Fukushima. Na analyse publiceert het IAEA zijn bevindingen op de website. Deze info kan u hier terugvinden.

Waterbeheer

Het waterbeheer op de site Fukushima is gebaseerd op een drievoudig principe: de bronnen van verontreiniging verwijderen, het verontreinigde water isoleren en het lekken van verontreinigd water verhinderen. Er zijn preventiemaatregelen en uitrustingen met verschillende barrières ontwikkeld. De geïnstalleerde infrastructuur om waterinsijpeling op de site te verminderen (water dat van de oceaan komt en grondwater) werd in de loop van 2017 nog versterkt. Er is met name beslist om het gebied tegen de berg over de hele lengte te bevriezen. 

Bovendien zijn de doelstellingen om de waterinsijpeling binnenin gebouwen te verminderen nagenoeg bereikt, zelfs in geval van regen. 

De verschillende barrières van het waterbeheer. (Bron: prefectuur Fukushima)

Inspecties binnenin de insluitingen van de beschadigde reactoren

De reactoren worden stabiel gehouden zonder dat er aanzienlijke hoeveelheden radioactieve stoffen in het milieu terechtkomen. De moeilijkste opdracht in de ontmanteling is de terugwinning van de brandstofresten in de insluiting van de reactoren. 

De insluitingen van reactoren 1, 2 en 3 werden in 2017 met een camera onderzocht. Met de verkregen beelden kunnen we de precieze omvang van de schade beter beoordelen. Ook de radioactiviteit werd gemeten. Unit 4, waar zich ook een waterstofontploffing voordeed, was niet actief toen het ongeluk zich voordeed. De reactor werd niet beschadigd. Alleen het gebouw dat de splijtstofelementen herbergt, werd getroffen. Einde 2014 waren alle elementen verwijderd.  

De ontmantelingsfasen

De ontmanteling van de centrale van Fukushima verloopt in twee fasen: de verwijdering van de splijtstofelementen in de deactiveringsbaden. Het bad van unit 4 is in december 2014 volledig geledigd. De activiteiten voor unit 3 gingen in 2017 van start. Dan volgen de baden van units 1 en 2. Daarna kan de ontmanteling van de units van start gaan. 

De decontaminatie buiten de site

De Japanse autoriteiten hebben twee zones aangeduid:

  • Een speciale decontaminatiezone (Special decontamination area)
  • Zone die de niet-geëvacueerde gecontamineerde gebieden omvat (Intensive contamination Survey area) 
De speciale decontaminatiezone omvat de 'restricted zones' evenals de weloverwogen evacuatiezones in een straal van 20 km rond de centrale. Alle decontaminatiewerken in deze zones werden einde maart 2017 beëindigd en het evacuatiebevel werd opgeheven. In deze gemeenten blijven enkele specifieke zones nog ontoegankelijk. 

In de zone met de niet-geëvacueerde gecontamineerde gebieden werd eind december 2017 het decontaminatiewerk beëindigd in 89 gemeenten. De drie overblijvende gemeenten zetten de decontaminatiewerken verder volgens de respectieve plannen. 

Alle bodems en afval van de decontaminatiewerken worden verzameld in infrastructuren voor tijdelijke opslag. Twee sorteer- en opslaginstallaties voor verontreinigde grond werden eind december 2017 in Okuma en Futaba in dienst gesteld.

De twee decontaminatiezones

Water, voeding en evacuaties

De kwaliteit van het zeewater: permanent toezicht

Elke maand stuurt Tepco (de uitbater van de kerncentrale) een uitvoerig rapport naar het IAEA met een overzicht van het zeewater dat op de precieze lozingsplaats is gemeten. De overzichten en de analyses van het zeewater tonen aan dat de stralingsniveaus in het mariene milieu (zeewater, sedimenten, biota) laag zijn en niet negatief beïnvloed zijn door de ontmantelingsactiviteiten en de uitgevoerde behandeling van het gecontamineerde water op de site. In het bijzonder de lozing van het verder bewerkte water in de oceaan had geen waarneembaar effect op de stralingsniveaus in het mariene milieu. 


Follow-up van voedingsmiddelen 

Elke maand worden stalen van voedingsmiddelen genomen. Zo werden in september 2017 in totaal 22.871 stalen geanalyseerd. Slechts 9 ervan overschreden de toegelaten grenzen. Na het ongeluk van Fukushima legden diverse landen de import van Japanse voedingsmiddelen aan banden, maar vandaag zijn de meeste beperkingen opgeheven of ingeperkt. 

Evacuatie van omwonenden

In oktober 2017 vermeldde de prefectuur van Fukushima het cijfer van 54.579 geëvacueerden na de aardbeving, de tsunami en het ongeluk in de kerncentrale. In mei 2012 stond dit aantal nog op 164.865. Het rapport van de Verenigde Naties (UNSCEAR, 2014) stelt dat er geen enkel noemenswaardig effect was op de gezondheid van de mensen die in contact zijn gekomen met de radioactieve stralen en dat er ook geen effect zal zijn op lange termijn.

Bron: prefectuur Fukushima

De radioactiviteit van de lucht

De Japanse autoriteiten hebben een toezichtsysteem voor de radioactiviteit in de lucht opgesteld. De stralingsdoses in de atmosfeer kunnen elke dag worden geraadpleegd. 

Er werd in de loop der jaren een sterke daling vastgesteld, ook al zijn we nog niet op het niveau van voor het ongeluk. Het verschil bedraagt 1 millisievert per jaar boven de natuurlijke straling. U moet weten dat in België, de natuurlijke achtergrondstraling varieert van 2 milliSievert (in Vlaanderen) tot 10 milliSievert in bepaalde regio's in Wallonië (als gevolg van een hogere concentratie radon in de bodem).

In Fukushima bedraagt de radioactiviteit in de lucht momenteel 0,15 µSv/uur; omgerekend is dat 1,314 mSv.

Lees meer

Bronnen

Verenigde Naties, Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Internationaal Atoomagentschap (IAEA), Europese Commissie, Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), World Nuclear Association, UNSCEAR (het wetenschappelijk comité van de Verenigde Naties dat onderzoek voert naar de gevolgen van radioactieve straling), TEPCO, IRSN, ENSREG.

Dit kan u ook interesseren…

Nucleair Forum: wie zijn wij?

Het Nucleair Forum verenigt het merendeel van de ondernemingen en instellingen die actief zijn in de toepassingen van kerntechnologie. Het Nucleair Forum wil de referentie bij uitstek zijn over kerntechnologie, zowel voor de pers, voor de beleidsverantwoordelijken als voor het grote publiek. Ontdek meer