Studie: De rol van kernenergie en hernieuwbare energie in de energietransitie.
Studie: De rol van kernenergie en hernieuwbare energie in de energietransitie.

Een studie uitgevoerd door PwC Enterprise Advisory over de Belgische energietransitie tegen 2030 en 2050, toont aan dat enkel een elektriciteitsproductie op basis van hernieuwbare energie gecombineerd met kernenergie op lange termijn zorgt voor stabiele elektriciteitsprijzen, de bevoorradingszekerheid garandeert en dat de klimaatdoelstellingen worden behaald.

De studie toont aan dat enkel een elektriciteitsproductie op basis van hernieuwbare energie gecombineerd met kernenergie ervoor zorgt dat de Europese klimaatdoelstellingen en het vastgelegde aandeel van hernieuwbare energie haalbaar zijn. Beide doelstellingen worden door het Federaal Planbureau gehanteerd met betrekking tot de evolutie van het Belgische energiesysteem tegen 2050.

Zonder kernenergie zal België tegen 2050 te maken krijgen met een aanzienlijke stijging van zijn koolstofuitstoot, en dit ondanks de massale ontwikkeling van hernieuwbare bronnen. Zonder kernenergie zal de kost van elektriciteit, de stroombevoorradingszekerheid en CO2-uitstoot verslechteren. Er zou in dat geval een beroep moeten gedaan worden op import van energie en op de duurdere thermische centrales.

Tenslotte bevestigt de studie ondubbelzinnig dat kernenergie de ontwikkeling van hernieuwbare energie niet tegenwerkt, maar dat de twee complementair zijn. Deze complementariteit garandeert een betrouwbare, betaalbare en duurzame energie, en dat strookt volledig met de Europese strategie inzake energie.

Drie parameters

Drie parameters werden door PwC weerhouden om deze analyse uit te voeren: de bevoorradingszekerheid, de competitiviteit en de stabiliteit van de elektriciteitsprijs en het halen van de klimaatdoelstellingen


Drie scenario's

PwC bestudeerde 3 verschillende scenario's:

  1. Een uitstap uit de kernenergie vanaf 2025, zoals voorzien door de federale regering;
  2. Een tijdelijke situatie met het behoud van 3 GW aan productiecapaciteit uit kernenergie, hetzij de helft van de huidige jaarlijkse productiecapaciteit;
  3. Het behoud van de capaciteit aan kernenergie gelijk aan de huidige capaciteit, dus 6 GW.

De drie scenario’s veronderstellen een identieke, aanzienlijke en ambitieuze groei van hernieuwbare energiebronnen tussen 2016 en 2050, gebaseerd op de projecties van het Federaal Planbureau inzake ontwikkeling van de productiecapaciteit van hernieuwbare energie, en op de projecties van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie voor wat betreft de beschikbaarheid van de verschillende productie-eenheden: van 15,7 % van de totale elektriciteitsproductie op dit moment, tot 44,3 % tegen 2030, en 67,4 % tegen 2050.

De studie komt tot 5 belangrijke vaststellingen:

1. Enkel een mix hernieuwbare/kernenergie maakt het mogelijk om de klimaatdoelstellingen te halen.

Enkel het scenario hernieuwbare energie samen met een geïnstalleerde capaciteit aan kernenergie van 6 GW garandeert een vermindering van de CO2-uitstoot die in lijn ligt met de Europese en Belgische doelstellingen ter zake.

In het scenario hernieuwbaar/kernenergie 3 GW, zou de CO2-uitstoot in 2050 met 22 % verminderen tegenover het huidige niveau. In geval van een kernuitstap zal de totale uitstoot van CO2 (in de elektriciteitsproductie), hoger zijn (+31 % in 2030 en +17 % in 2050) dan de huidige uitstoot. De voornaamste reden is een hogere import of hoger aandeel fossiele/koolstofintense opties zoals gascentrales, waar België mee zal geconfronteerd worden bij een kernuitstap. 

Het behoud van kernenergie, samen met de proactieve ontwikkeling van hernieuwbare energie, is essentieel om op termijn een koolstofarme elektriciteitsproductie te bereiken, concludeert de studie.

"Het scenario met behoud van de capaciteit in kernenergie (6 GW) verandert de structurele positie van België van importeur naar exporteur in 2050."

2. Zonder kernenergie zal de Belgische elektriciteitsproductie de elektriciteitsvraag niet aankunnen

Wat betreft de bevoorradingszekerheid, toont de studie aan dat enkel een productiecapaciteit van 6 GW aan kernenergie toelaat om het equivalent van de nationale elektriciteitsvraag te dekken in 2050; dit in combinatie met de ontwikkeling van hernieuwbare energie op een niveau van 67,4 % van het elektriciteitsverbruik in België (momenteel 15,7 %) zoals vastgelegd door het Federaal Planbureau.

Concreet betekent het dat in dit scenario België de afhankelijkheid van import en van lokale warmtekrachtbronnen (gas, petroleum, steenkool, enz.) tot een minimum herleidt. Deze zijn trouwens op hun beurt afhankelijk van primaire brandstoffen uit het buitenland. Het scenario hernieuwbare energie/kernenergie 6 GW laat zelfs een licht productieoverschot toe, wat van België een exporteur in plaats van een importeur kan maken. Het scenario met behoud van de capaciteit in kernenergie (6 GW) verandert dus de structurele positie van het land van importeur (vandaag) naar exporteur (in 2050); dit zou een onmiskenbare socio-economische meerwaarde voor België betekenen, maar dit hangt voor de rest af van een politieke keuze.

3. Kernenergie zal garant staan voor een competitieve productiekost

Het al dan niet afhankelijk zijn van import en van productie op basis van warmtekrachtcentrales zal ook een invloed hebben op de elektriciteitsprijs en op de economische competitiviteit van het land, benadrukt de PwC-studie. Zo zal de productiekost voor elektriciteit in 2030 in het scenario hernieuwbare energie/kernenergie 6 GW van de orde van 95 €/MWh zijn, tegenover 103 €/MWh in het scenario hernieuwbare energie/kernenergie 3 GW, en 111 €/MWh in het geval van een energiemix zonder kernenergie. 

In 2050 zullen de productiekosten op basis van de verkregen hypotheses respectievelijk 108 €/MWh, 110 €/MWh et 117 €/MWh bedragen.  De aanwezigheid van kernenergie (met de laagste productiekost voor elektriciteit, na steenkool) laat het behoud van een competitieve productiekost toe als er in de mix een belangrijk aandeel hernieuwbare energie zit, waarvan de gemiddelde productiekost relatief hoger ligt.

"Kernenergie werkt de ontwikkeling van hernieuwbare energie dus niet tegen, de twee zijn complementair."​

​4. Hernieuwbare energie en kernenergie zijn complementair

Deze studie toont de interessante compatibiliteit aan tussen hernieuwbare energie en kernenergie. Het 6 GW-scenario voor kernenergie brengt geen aanzienlijke overbelasting van het stroomnet mee, zelfs in het geval van ondersteunde productie van hernieuwbare energie en bij een relatief lage vraag. Er zijn inderdaad een reeks oplossingen voorhanden inzake flexibiliteit maken van aanbod en/of vraag.

Daarnaast is een controleerbare capaciteit zoals kernenergie, die niet afhangt van klimatologische omstandigheden, van het allergrootste belang als de intermitterende hernieuwbare capaciteit een groot aandeel verwerft in de energiemix.

5. Energieopslag, bondgenoot van de complementariteit

De opslagcapaciteit (in het bijzonder de grote capaciteit van wateropslag van elektriciteit via turbines en pompen, maar ook op lange termijn met gedecentraliseerde opslag) zal ook een efficiënt antwoord bieden, met een draagvlak voor de synergie van de ontwikkeling van hernieuwbare energie en de aanwezigheid van kernenergie. De opslag van elektriciteit is inderdaad een technische oplossing die de incongruentie kan helpen beheren tussen de intermitterende hernieuwbare energie en de elektriciteitsvraag.

Dit kan u ook interesseren…

Over het Nucleair Forum

Het Belgisch Nucleair Forum wil de referentie bij uitstek zijn over kerntechnologie: voor de pers, de politiek en het grote publiek. Het wil mensen informeren aan de hand van een reeks uiteenlopende acties. Lees meer